vrijdag 30 september 2016

Lees je een ervaring rijker...

Wist je dat er op de wereld meer schrijvers dan lezers zijn? Als je van lezen houdt (zoals ik) is deze hobby dus oneindig. Van streekroman tot komische romans, van waargebeurde verhalen tot thrillers en van sprookjes-achtige verhalen tot fictie. Het lijkt wel of er iedere week, wat zeg ik, iedere dag, nieuwe boeken bij komen. Iets wat ik helemaal niet erg vind.


Sterker nog, een goed boek kan mij heel verbaasd en verwonderd doen staan ten opzichte van de schrijver, die de kunst verstaat mij mee te nemen in een heel andere wereld. Een bijna onwerkelijke droomwereld of juist een wereld waar het kippenvel van op je armen gaat staan. Maar een boek kan ook heel inzichtgevend zijn of zelfs heel inspirerend werken.


Empathie…
Wat ik vooral bij lezen merk, is dat je een soort empathie gaat ontwikkelen. Van nature zit je in één lichaam (dúh), bekijk je de wereld vanuit jóuw ogen, met de inslag van je eígen karakter en misschien ook nog vanuit je eigen geloofsovertuiging. Maar je deelt de wereld met miljarden andere planeetbewoners die de wereld misschien vanuit een heel ander perspectief bekijken.


En dat is iets wat je in boeken tegenkomt. Een schrijver heeft de mogelijkheid om de lezer in de ziel van een bepaald persoon te laten kijken. Zeker wanneer het gaat om waargebeurde verhalen bekijk je de wereld vanuit diverse invalshoeken. Sterker nog, het heeft mijn kijk en mening op bepaalde situaties volledig veranderd.
Een boek over het leven van een straatkrantverkoper laat mij sinds die tijd met een heel ander gevoel langs straatkrantverkopers lopen. Of een boek over een Tutsi op de vlucht voor de Hutu’s laat mij met andere ogen naar het journaal kijken wanneer het over asielzoekers gaat.


Maar ook boeken die niet gebaseerd zijn op een waargebeurd verhaal, maar met duidelijk verschillende karakters laten je ervaren dat niet alleen jouw beeld en redenatie op de dingen om je heen, ook het gevoel van anderen is.


Inspirerend…
Als laatste vind ik boeken ook heel inspirerend. Aangezien ik zelf schrijf, zet het mij aan ‘t denken, stuurt het mij in het verwoorden van gevoelens en brengt het mij op ideeën. Uiteindelijk hoeft niet alles alleen uit je eigen brein te komen. Juist door je ogen en oren de kost te geven geeft dat weer nieuwe stof om op je eigen schrijfsels voort te borduren.


Wanneer je kijkt naar iemand die zit te lezen, zie je een persoon die stil in een boek zit te kijken. Maar ondertussen kan er zich heel wat afspelen.

donderdag 29 september 2016

Eindelijk..

De stap is gezet. Sinds gisteren ben ik volwaardig lid van de plaatselijk tang soo do vereniging. Wat heeft dat eigenlijk lang geduurd zeg. Trots show ik mijn lief de heuse vechtsport uitrusting.


Je kent het wel. Je zou ooit nog graag dit willen, je zou sowieso, als de omstandigheden het toelaten, dát gaan oppakken en het zou eigenlijk helemaal de klap op de vuurpijl zijn als je zus of zo óók nog waar kan maken.
Dromen en idealen. Het zijn onze drijfveren om tot doelen en daden te komen. Te gaan voor iets waar je hart van in vuur en vlam gaat staan. Met volle overgave de sterren van de hemel zingen in een zangkoor, dat prachtige vrijwilligerswerk waar je écht iets betekent voor de maatschappij of een bepaalde sport, zoals ik.


Magisch…
Als kind trok vechtsport mij al. Waarom? Dat kan ik eigenlijk niet goed onder woorden brengen. Het was meer een gevoel. Magie. Waar veel meisjes in vervoering raken van ballet, dans of turnen, kon ik mijn ogen niet afhouden van de stoere, in witte pakken, vechtende mannen. De aanvalshouding, verdedigingstechnieken en de kreten die geuit werden tijdens de oefeningen. Wow! Dit is echt gaaf! Dit wil ik ook!


De details waarom ik vlak voor mijn 32e verjaardag pas daadwerkelijk op een sport ga die ik als kind al zo bewonderde, zal ik jullie besparen. Veel liever deel ik met jullie mijn eerste ervaringen.


Beginner…
Want daar sta je dan als beginner. Je allereerste les. Oeps, allemaal stoere mannen. Moet ik daarmee gaan trainen? De warming up begint. Ik doe dan wel trouw vier keer in de week workouts voor mijn buik, billen en benen, dit is toch wel andere koek. Opdrukken, sit-ups, rekken, nog meer rekken. Door naar een sportmaatje om traptechnieken te leren. Technieken die voor hen duidelijk niet nieuw zijn.
Maar dan gaan we het échte trapwerk doen. Er wordt een heuse boksdummy de zaal ingereden die we één voor één kennis laten maken met onze trapkrachten. Nou ja, van mij heeft íe niet veel te verduren. ´Ik moet wel wat harder trappen he?´ vraag ik aan de instructeur. ´Ja joh, echt véél harder´. Maar ik kan voor nu even niets meer geven.


Nog heel even en de eerste training zit er op. De laatste 10 minuten worden gebruikt om met elkaar te sparren. Ik krijg handbescherming aangereikt en ik kijk afwachtend naar de jongen tegenover mij. Wordt er nu iets van mij verwacht? We gaan oefenen op elkaar. De geleerde technieken worden in praktijk gebracht. Echt heel leerzaam. Uh ja, dat zal best. Op goed geluk deel ik stoten en trappen uit. Me sterk bewust van mijn overduidelijke onervarenheid. Maar ach, als beginner mag dat, toch?

Het begin is er. En ik ga er voor!

woensdag 28 september 2016

Helemaal wous van roze...

Daar stond ‘ie dan. De fiets. Omdat mijn ouders een advertentie hadden gezien op het prikbord bij de supermarkt voor een mooie meisjes fiets, besloten ze samen met mij een kijkje te nemen, en eventueel een proefritje. Ik was gegroeid en te groot geworden voor mijn toenmalige kleuterfiets. Gedwee en zonder bijzondere verwachtingen ging ik mee. Fietsen? Ik had er een hekel aan. Maar ja, zonder kwam je ook nergens.


Maar nu de fiets voor mij stond, dacht ik daar ineens heel anders over. De kleur van de fiets was roze! Uitgerekend mijn favoriete kleur. Ik zag mezelf al door de straten gaan. Als ik deze fiets mocht hebben, wow, wat zou het leven dan magisch worden. Ik zat ineens op een roze wolk en keek door een roze bril.


Roze…
Als kind zijnde heb je vaak (en zeker meisjes) een lievelingsdier, een lievelingssprookje, een lievelingsgerecht, een lievelingsnaam, een lievelingsjuf of -meester, en natuurlijk ook een lievelingskleur. Dit was voor mij van begin af aan roze. Als de keuze aan mij was, droeg ik roze kleertjes en schoentjes, had ik een roze schooltas, een roze broodtrommel en drinkbeker, roze pennen, een roze vriendenboekje, een roze slaapkamer met allemaal roze accessoires en wat je allemaal niet in het roze kunt hebben.


Leuke associatie’s…
Tot op de dag van vandaag ben ik helemaal idolaat van roze. Het is een fleurige kleur die mij alleen maar positieve en grappige associatie’s geeft. Sterker nog, het geeft mij een feestelijk en vrolijk gevoel. Als ik aan roze denk, denk ik aan roze snoepgoed, suikerspinnen, roze bubbeldrank met kauwgom-smaak, zoete geurtjes, slingers, ballonnen, confetti, lachende gezichten en roze glitters.


Kitsch…
Toch zal het de oppervlakkige toeschouwer niet snel opvallen dat ik zo wous van roze ben. Want over het algemeen draag ik veel basiskleuren als blauw, bruin, grijze, wit en zwart, die ik graag opfleur met fel róde accessoires.


En waarom eigenlijk, zou je denken? Hoe je het wendt of keert, roze is een schattige, ietwat kitscherige kleur. Leuk om je huis, je telefoon, of je agenda mee te pimpen. Maar wanneer je, je als volwassene met deze kleur kleedt, kom je al snel in de buurt van het gehalte zuurstok. Op de één of andere manier wordt het al snel kitsch, kinderlijk bijna.


Gelukkig hoef ik deze kleur niet uit mijn leven te bannen. Roze nagels is over het algemeen prima te combineren. Daarnaast heb ik de kleur: koraal ontdekt. Een kleur tussen het rode en roze in. Wat mij betreft een prima alternatief.

zondag 11 september 2016

Het boek: Cleo

Ze stak haar handen in de tas en diepte een schepseltje met grote, driehoekige oren op. het was zwart en niet bepaald wollig, maar eerder hier en daar bezaaid met wat haartjes. Misschien had ze een speeltje in elkaar genaaid als troost voor een jongen die om zijn overleden broer rouwde.
Ik raakte gealarmeerd toen het kopje van het kleine ding bewoog. Zijn oogjes puilden uit als een stel glazen kralen. Een paar onmogelijk tere pootjes piepten tussen Lena’s vingers door.
Het deed me denken aan van die foto’s van premature baby’s van wie de miniafmetingen worden gedemonstreerd door ze op de hand van een volwassene te leggen. Een organisme dat zo hulpeloos is dat het hem moeilijk zou vallen zichzelf in leven te houden.
‘We hebben het poesje meegebracht,’ zei Lena met een standvastige glimlach.
Het poesje? Welk poesje?
‘Sams poesje!’ zei Rob, die de gang door rende en me stevig omhelsde.

Waar gaat het boek: ‘Cleo’ over…?
Het boek vertelt in het begin over een gezin met twee jonge kinderen. Helaas verhaalt het derde hoofdstuk de dood van de oudste zoon: Sam. Op negenjarige leeftijd overlijdt hij door een tragisch ongeval. Natuurlijk zijn de achtergebleven gezinsleden diep geschokt en probeert ieder op zijn eigen manier dit gruwelijk verlies te verwerken.
Op een dag staat Lena voor de deur met een poesje. Dat is waar ook. Dit poesje had Sam uitgekozen voor zijn verjaardag. Bovendien had hij het al de naam: Cleo gegeven. Maar omdat de kitten pas met acht weken weg mocht bij de moeder, zou het pas na zijn verjaardag arriveren. Nu dus.
Helen Brown, de moeder van Sam en tevens de schrijfster van het boek, vindt het zo confronterend dat ze naar woorden zoekt om het beleefd af te slaan. Maar Rob, het broertje van Sam is dolgelukkig met de komst van Cleo en sluit het schattige dier gelijk in zijn hart.
Helen schrijft in haar boek: ‘Een uitnodiging is aan een kat niet besteed. Hij duikt op waar hij nodig is’.
En dit blijkt waarheid. Cleo laat door zijn streken het gezin weer lachen, troost wanneer iemand in het gezin verdriet heeft, laat zien hoe je van het leven moet genieten en hij weerhoudt Helen zelfs van een zelfmoord.
De komst van Cleo was op het juiste moment.


Tot slot…
Het boek is meeslepend geschreven. Het verhaal is door de ogen van een moeder die het afschuwelijke verlies van een kind moet verwerken. De ene keer schiet je in de lach door de ondeugende streken van Cleo. De volgende keer zit je weer met een brok in de keel, omdat het gemis van Sam altijd opduikt.

Toen ik het boek uit had, kon ik beamen wat er op de voorkant van het boek staat: ‘Het waargebeurde verhaal van een kleine kat die groot geluk bracht’.

donderdag 1 september 2016

Tell me again how hard your life is...

‘Echt, die reorganisatie komt mij echt m’n keel uit. Er is nog steeds geen duidelijkheid. We worden continue in het onzekere gehouden. De boel wordt gesust, het komt allemaal goed. Ja, ja, en nu, ik weet niet wat me te wachten staat.’ Met een houding en stem vol emotie sta ik tegenover mijn collega. Ze kijkt me licht geamuseerd aan en vraagt of ik zin heb in een kopje koffie. ‘Zo erg is het allemaal niet hoor. Je hebt vooral kansen. Je moet alleen het veilige en vertrouwde loslaten. En dat is nu juist eng.’


Tell me again how hard your life is…
Terwijl ze naar de koffie automaat loopt, laat ik me in de dichtstbijzijnde stoel vallen. Met een zucht masseer ik mijn slapen en merk tegelijkertijd dat de adrenaline nog rijkelijk door mijn bloed stroomt.
Eigenlijk gedachteloos kijk ik de kamer rond. Mijn oog blijft hangen op een foto. Een uitgemergelde vrouw, met alleen een armoedige jurk, geeft haar kind, die letterlijk vel over been is, water uit een jerrycan. De achtergrond ziet er woest en leeg uit. Het is gewoon te erg om aan te zien. Onder de foto staat de tekst: ‘Tell me again how hard your life is’.


‘Het is wel een goede tegenhanger, die foto die daar op de kast hangt’ zeg ik tegen mijn collega, die weer binnen komt met twee bekertjes koffie. Ze volgt mijn blik en zegt: ‘Ja, ik kwam dit tegen. En zeker met de reorganisatie waar we midden in zitten, is dit iets wat je met beide benen op de grond zet.’


De laatste dagen is deze foto weinig uit mijn gedachten geweest. Ik besloot er op de Googelen. En prompt kwamen er meer van dergelijke posters. Zwaar ondervoede en uitgemergelde kinderen die in omstandigheden als gevolg van oorlog, honger en dorst leven. Wanneer ik de posters goed bekijk, schaam ik me.


Waar maak ik mij druk om…?
Wat zijn we sterk geneigd om te kijken naar wat we missen en niet naar wat we hebben. Tenminste, ik wel. We hebben zoveel meer dan de belangrijkste basisbehoeften. We leven in een land waar vrede heerst, we hebben te eten, drinken, een dak boven ons hoofd, plus nog zoveel meer.

Ik neem een slokje van mijn koffie en sluit voor een klein moment mijn ogen. ‘Lekker, zo’n bakje koffie op de vroege morgen’ zeg ik. We kijken elkaar aan, en lachen.